Koolhydraten
Om elke dag weer veel energie te kunnen leveren heeft ons lichaam brandstof nodig. We kunnen deze brandstof op verschillende manieren met onze voeding binnen krijgen. Koolhydraten vormen samen met eiwitten en vetten de belangrijkste energieleveranciers in ons lichaam.
Koolhydraten zijn een verzamelnaam voor zetmeel en suikers en kunnen we indelen in drie groepen:
Het lichaam gebruikt koolhydraten in eerste instantie als energiebron. Ze kunnen in beperkte mate worden opgeslagen in de vorm van glycogeen. Overtollige koolhydraten kunnen worden opgeslagen als vet. Bij een overmaat aan calorieën door het eten van veel koolhydraten, zal het lichaam de koolhydraten opslaan in de vorm van vet in het vetweefsel.
Koolhydraten die snel worden verteerd (enkelvoudige suikers of enkelvoudige koolhydraten genaamd) zullen eerder als vet worden opgeslagen omdat het lichaam onvoldoende tijd heeft om de calorieën te verbranden. Voedingswaren die enkelvoudige suikers bevatten zijn o.a. fruit, vruchtensappen, snoep, koekjes, cake en frisdranken.
Koolhydraten die langzamer door het lichaam worden verteerd (complexe koolhydraten) hebben een kleinere kans om als vet opgeslagen te worden en bevatten vaak veel voedingsvezels. Voedingsvezels kunnen door het lichaam niet verteerd worden, maar spelen wel een belangrijke rol bij de spijsvertering.
Koolhydraten hebben ook invloed het peil van de glycogeenvoorraden en de productie van insuline. Dit noemen we ook wel het bloedsuiker. Met de Glycemische Index (GI) wordt de snelheid aangegeven waarmee glucose uit de koolhydraten in het bloed terecht komt.
Producten met een hoge Glycemische Index worden snel door het lichaam opgenomen, gevolgd door een snelle daling. Dit wordt ook wel verwoord als : ’slechte’ of ’snelle’ koolhydraten. Producten met een laag Glycemische Index zorgen voor een langzamer maar langduriger stijging van het bloedglucosegehalte en worden daarom ook wel: ‘goede’ of ‘langzame’ koolhydraten genoemd.
Voedingsmiddelen met een lage GI zijn o.a: Artisjok, Asperge, komkommer, sla, pinda’s, spinazie en tomaten. Voedingsmiddelen met een hoge GI zijn o.a: koek, gebak, chips, suiker, dadels, friet, cornflakes en honing.